Nederland kent een grote groep tekenaars die de actualiteit met lef, humor en vakmanschap te lijf gaat. Het organiseren van een prijs is slechts één manier om daar aandacht voor te vragen. In de serie Inktspotlicht bevragen we kunstenaars over het verleden, heden en toekomst van hun tekenkunst. Deze keer is het de beurt aan Bas Palsrok.

Bas Palsrok


Bas Palsrok, T-H-I-E-R-R-Y, 2019

Verleden

'Van jongs af aan heb ik altijd met pen in hand elke basisschool- en middelbare school les doorlopen. Dankzij tekenfilmseries op de zaterdagochtend raakte ik gefascineerd met X-Men wat resulteerde in een liefde voor stripboeken in het algemeen. Dat versterkte mijn tekendrift en als een ware autodidact betaamt heb ik zodoende het tekenen eigen gemaakt, al zijn mijn cartoons absoluut geen directe weerspiegeling van mijn natuurlijke tekenstijl. Ten gunste van de boodschap en zodoende de beeldtaal en compositie denk ik meer na over lijnen dan dat ik ze op intuïtieve wijze zet.'

Heden

'Aangezien ik niet gebonden ben aan vaste publicaties teken ik veelal op gevoel, ik teken wanneer ik meen iets te kunnen zeggen dat vers en anders aan voelt dan de geluiden die ik al hoor. Soms is een eerste gedachte -die spontaan kan opborrelen- goed maar naarmate de jaren vorderen verlang ik beter werk uit mijn pen en wordt die eerste gedachte in een formule geplaatst. Waar ligt het pijnpunt bij dit nieuws en zeg ik eigenlijk wel wat ik wil zeggen met mijn cartoon? Wat moet er in beeld en wat kan weggelaten worden? Doorgaans probeer ik geen tekstwolken te gebruiken, de uitdaging die ik mijzelf steeds weer geef is als volgt: hoe kan ik zonder tekst en zo simpel mogelijk uitgebeeld mijn boodschap overbrengen? Humor is daarbij absoluut geen vereiste.'

Toekomst

'Nog altijd teken ik met pen papier om het vervolgens op een computer te bewerken maar ik weet hoe moderne technieken snelheid, gemak en zelfs stimulans geven. Ondanks mijn wens inkt in het papier te willen zien lopen weet ik dat het ambacht verandert. De gemiddelde leeftijd van werkende cartoonisten kruipt ergens midden vijftig voort maar wellicht zullen jongere generaties politieke spotprenten vervangen door memes, die gemakkelijk te maken en te verspreiden zijn. Zo zouden we van 18 gerenommeerde cartoonisten naar 18 miljoen memers gaan, dat is geen armoede. In de kern is de cartoon tenslotte niets anders dan een communicatiemiddel.'